geschied-1905-1980

Artikelindex

Geschiedenis 1905 - 1980

SPORTVERENIGING Vaalser Turn VriendenVAALS.

Op 22 september 1905kwamen in een zaak in de Kerkstraat te Vaals 22jonge krachtige mannen bijeen om te komen tot de oprichting van een Turn­vereniging.

Men werd het spoedig hierover eens en men besloot om onder leiding van:

  • Arnold Gillissen, voorzitter;
  • Jozef Juchem, penningmeester;
  • Willem Jussen, secretaris;
  • Christiaan Adang, turnleider;
  • Nicola Meyer, comm. materieel

samen de turnsport te gaan beoefenen. De belangrijke vraag, welke naam aan de vereniging zou worden gegeven vond haar oplossing, toen met aller in­stemming de naam: "VAALSER TURN-FREUNDE VAALS" werd gekozen.

Een nog belangrijker punt: waar halen wij het geld vandaan om de nodigetoestellen te kopenvond zijn oplos­sing toen de voorzitter Arnold Gillis­sen aanbood een bedrag van 200 Marktegen matige rente en gemakkelijkeaflossing te lenen. Dit voorstel werd dankbaar aanvaard en om de aflossing te garanderen werd besloten, dat iedere turner per week een Groschen, dus 6 cent, moest offeren, om deze zo spoedig mogelijk te betalen. En zo gebeurde dan ook.

De toestellen: rek, brug, ringen en trapeze waren spoedig aangeschaft en werden geplaatst in de zaal "Vaalser Gesellschaftshaus", kastelein Foeders.

Reeds in november 1905 werd het eer­ste zaalfeest gevierd met een pro­gramma, dat voor Vaals iets geheel nieuws betekende. Door bemiddeling van het lid Jos. Juchem, die ook lid was van de Athletenclub "Eiche" te Aken, kwam een groep atleten uit Aken het feest opluisteren met het uitvoeren van  acrobatische oefenin­gen met hantels. Een der gedemon­streerde nummers werd aangekondigd als "Der Jongleur auf der Lebenden Brücke". Deze eerste feestavond slaagde uitstekend.

In het jaar 1906 werd reeds aan een wedstrijd deelgenomen  en wel op een turnersfeest in Alenberg –Kelmis, Belgie. Auto's en bussen waren er toen nog niet en zulk een uitstapje werd vanzelfsprekend te voet gemaakt, het­geen in het geheel niet hoefde te betekenen, dat zo'n reisje toen minder gezellig was dan tegenwoordig, in­tegendeel, juist deze wandeling van enkele uren heen en in de nacht dik­wijls nog weer terug waren veelal het aantrekkelijkste gedeelte van het feest. Bij deze eerste krachtmeting met andere verenigingen werden 6 prijzen behaald en meteen was ook buiten Vaals de naam van de nieuwe vereniging gevestigd.Dhr Jussen 1906

Het eerste oprichtingsfeest in november 1906zag reeds een gevestigde flinke vereniging, algemeen genoemd "De Freunde".

In deze eerste jaren van het bestaan der vereniging werd van een atletenvereniging "Ring- und Stemmklub", Aachen, een volledig stel gewichten en hantels incl. standaard voor een geringe prijs gekocht. De gewichten konden met schijven op het gewenste aantal kg gebracht worden, b.v. van 40 kg tot 100 kg, Een der gewichten kon worden opgevoerd van 65 kg. tot 150 kg, en dit speciale gewicht kreeg al gauw de naam van "Der Welt­klotz", Verder waren er ook 8 hantels van ca. 15 kg voor jongleerwerk.

Binnen korte tijd ontstond er onder leiding van Jas. Juchem een "Jong­lier-Riege", die zich spoedig met haar nogal moeilijke jongleeroefeningen een vaste plaats in het programma der zaalfeesten veroverde en steeds veel succes oogstte.

Eveneens onder leiding van dhr. Jos. Juchem was er een gewichthefferploeg in het leven geroepen. Die le­den, welke minder voelden of ook minder lichamelijk geschikt waren voor het toestelturnen, behoorden tot deze atletenafdeling. Terwijl gedu­rende de oefenavonden de turners

verdeeld in een eerste en tweede "Riege" aan de toestellen oefenden, waren de stemmers bezig met hun min of meer "zware" training.

Ook het worsteltapijt werd een veel gebruikt voorwerp. Onder leiding van dhr. Juchem en dhr. Hensgens werd deze mooie krachtsport tot grote bloei gebracht. Na de verhuizing naar de gymnastiekzaal in de Lindenstraat werd een nieuw, groter worsteltapijt gekocht. Na afloop van de oefeningen aan de toestellen, werd steeds in wor­stelen getraind, meestal geschiedde dat zo, dat een loting van tegenstan­ders werd gehouden en een com­plete afvalwedstrijd gehouden om de winnaar van de avond vast te stel­len, een eer waarnaar allen even zeer streefden en waar hard om werd gevochten.

In 1907weden opnieuw wedstrijden bezocht. In deze beknopte geschie­denis kan natuurlijk niet alles vermeld worden en moet worden volstaan met het releveren van enkele bijzondere gebeurtenissen. En dan moet deze wedstrijd in Gemmenich in 1907 zeker worden genoemd. Deze werd feitelijk een stedenkamp tussen Vaals en AI­tenberg-Kelmis. Natuurlijk namen ook andere verenigingen deel, doch deze raakten geheel op de achtergrond.

Kelmis had zich bijzonder voorbereid om die Vaalsenaren eens een lesje te geven en dan vooral in het worstelen. Zij hadden daartoe hun zwaarste kampioenen afgevaardigd, maar ja, het kwam anders dan men had verwacht.

De jongens van V.T.V. brachten wel­iswaar veel minder kilo's op de mat, maar daarom wel meer techniek. An­toon Savelberg trok enige van die lange zware makkers over de schou­der, dat het een lust was om te zien. Hub. Jussen had als tegenstander de zwaarste troef van Kelmis, de man met het grootste gewicht. Maar ook hier duurde de strijd maar 1 minuut, toen rolde Staame Harrie op zijn twee brede schouders.

Het eindresultaat van de dag was: voor V.T.V. alle prijzen in worstelen, 1e en 2e klas, verder eerste prijzen in toestelturnen, gewichtheffen, piramiden enz. In totaal 22 prijzen, het grootste aantal ooit behaald.

In het voorjaar van 1908werd een uitnodiging ontvangen voor een grote Internationale Turnwedstrijd in Köln-­Deutz. Voor die tijd betekende dit een verre reis en door de grote meerder­heid der leden kon om geldelijke re­den niet worden deelgenomen, be­schikten de meeste van hen toch slechts over een zakgeld van 5 Gro­schen per week, waarvan de contri­butie moest worden betaald. Toch uitten een tiental der beste krachten uit de vereniging de wens aan deze wedstrijd deel te nemen. Er werd met volle overgave geoefend en de deel­nemers werden voor hun moeiten ten volle beloond, want de reis werd een geweldig succes. Het feest vond plaats op een uitgestrekt terrein met een grote feesttent en er werd door een groot aantal verenigingen uit Rheinland en Westfalen deelgenomen. Bij het bouwen der piramides waren er verenigingen, die met 80 turners opmarcheerden en in deze kring moes­ten de V.T.V.ers met 10 mensen con­curreren. Maar het publiek keek op toen de Vaalsenaren optraden. Zij maakten in hun zwarte tricot, blauwe halflange broek en brede ceintuur een goede indruk. De drie acrobatische piramiden slaagden uitstekend en onze Vaalser jongens kregen een applaus zoals geen andere vereniging. Bij het wor­stelen op de verhoogde ring in de feesttent was het Antoon Savelberg, die de belangstelling van het gehele publiek trok. In de finale worstelen Duitse stijl kreeg hij als tegenstander een veel zwaardere kampioenswor­stelaar, maar Savelberg werd onder een daverend applaus winnaar en ging met de eerste prijs strijken. In totaal werden 7 prijzen mee naar huis genomen en de deelnemers kwamen thuis met de voldoening, de eer van V.T.V. op een belangrijke en grote wedstrijd te hebben hooggehouden.

Het volgende jaar, 1909, kwam er weer een uitnodiging uit de omgeving van Keulen, nu uit Lövenich, waar een grote internationale wedstrijd zou worden georganiseerd. Volle reis­kostenvergoeding en een goed maal werden toegezegd, nadat bleek, dat V.T.V. als enige buitenlander had in­geschreven. Deelname werd toen defi­nitief toegezegd en de reis slaagde volkomen.

Weer maakten de V.T.V.ers in hun donkere kleding een goede indruk in de grote optocht en bij de piramiden die weer ondanks moeilijke opbouw uitstekend slaagden, riep het publiek "Ereprijs, Ereprijs". De buit aan prij­zen was weer groot en er werden vriendschapsbanden gelegd, die resul­teerden in een tegenbezoek van Lö­venich in 1925.

In hetzelfde jaar werd ook deelge­nomen aan een wedstrijd te Gulpen, die onder leiding van de bekende sportleraar Stessen van Rolduc, een oud-Gulpenaar, stond.

De reis werd te voet ondernomen, marcherend in colonne en vrolijk liedjes zingend. Voor het eerst trad men hier tegelijk in het strijdperk met de oudere zuster­vereniging uit Vaals, de "Oude Turn­verein”.

Bij de prijsuitdeling bleek, dat V.T.V. 10 ere- en eerste prijzen had ver­overd en vrolijk zingend werd de terugtocht aanvaard.

Reeds vanaf het begin van het be­staan der vereniging was er een spe­ciaal spaarpotje gevormd 'voor hel aanschaffen van een verenigings­vaandel en nu was het eindelijk zo­ver, dat een voldoende bedrag. ge­spaard uit kleine en kleinste bijdra­gen bijeen was. Het vaandel werd in Coburg in Duitsland besteld en in de zomer van het jaar 1909 plechtig in­gewijd, bij welke gelegenheid een groot turnfeest werd georganiseerd, dat door 20 zusterverenigingen werd bezocht en uitstekend slaagde. Dit eerste vaandel werd als symbool jarenlang voorop gedragen en bleef, hoewel geschonden en versleten, be­waard tot na de tweede wereldoorlog  toen het spoorloos is verdwenen.

Uit deze eerste jaren moet ook nog vermeld worden de deelname aan het grote Bondsfeest van de R.K. Bel­gische Turnbond te Spa 1912. Dit 2­daagse uitstapje naar de mooi gele­gen badplaats in de Ardennen was in velerlei opzicht een bijzondere ge­beurtenis voor de deelnemers. 294 Verenigingen namen aan dit gewel­dige sportfeest deel, overwegend na­tuurlijk uit België, maar ook uit vele andere landen. 240 Vaandels werden naar de Eretribune gebracht en 5000 turners voerden op het grote sport­terrein gezamenlijk vrije oefeningen op muziek uit. Een beeld om nooit te vergeten. V.T.V. kwam ook van Spa met lauweren gekroond naar huis. Over het al of niet aansluiten der ver­eniging bij de Kath. Turnbond ont­stond in 1912 grote onenigheid in de vereniging. Het bestaan der vereni­ging was bedreigd, maar nadat men in de persoon van Franz Kröll een nieuwe voorzitter had gekozen, werd de gevaarlijke klip omzeild, hoewel als gevolg van deze strubbelingen jammer genoeg de notulen van de eerste jaren van het bestaan van V.T.V. verloren zijn gegaan.

Met het uitbreken van de eerste we­reldoorlog begon voor V.T.V. een zeer moeilijke periode. In die tijd was het gehele leven in Vaals op Duits­land gericht en door velerlei moei­lijkheden kwam het verenigingsleven in nood. Doch ook deze tijd werd overleefd en in 1919 kwam weer le­ven in de brouwerij.

In dit jaar werd de vereniging zelf op bredere leest geschoeid.

Met de 2 voetbalverenigingen "Ju­liana" en "Limburgia" werd een fusie aangegaan en een afdeling voetbal opgericht. De vereniging ging nu ook voor het eerst een Nederlandse naam voeren en wel Vaals er Turnvrienden V.T.V.

Als voorzitter van de com­binatie fungeerde Franz Kröll.

Alle actieve voetballers werden ver­plicht aan gezamenlijke oefeningen in de turnzaal deel te nemen. Leden beneden 18 jaar moesten, wilden zij voetballen, ook deelnemen aan de turnoefeningen en vele van de oudere leden zullen zich herinneren op welke wijze voorzitter Kröll de hand hield aan deze bepalingen.

Het kon niet uitblijven, dat deze maatregelen een grote opleving bete­kenden voor de turnsport, terwijl de voetballers ook de vruchten plukten van de lichamelijke trainingen.

Door de voetbal afdeling werd met een elftal gestart in de 2e klasse van de Limburgsche Voetbalbond en in de eerste competitie werd reeds het kampioenschap behaald en men pro­moveerde naar de 1e klasse.

19021920

In 1921 werd door de turnafdeling voor de tweede maal deelgenomen aan het grote gymnastiekfeest te Spa, waar deze keer 94 verenigingen deel­namen. Daar nu de oefenstof ook in het Vlaams was verstrekt kon V.T.V. in meer onderdelen deelnemen en bracht in totaal 7 prijzen mee naar Vaals. De tweedaagse reis was weer in alle opzichten een groot succes. De voetbalafdeling leidde in deze ja­ren een bloeiend bestaan.

In 1923 werd het ongeslagen kam­pioenschap in de le klasse L.V.B. behaald. In de promotiecompetitie werd slechts 1 punt verloren en met 15 doelpunten voor en slechts 1 tegen bereikte men de 3e klasse van de N.V.B.

Niet alleen werden zowel gymnastiek en voetbal druk en met succes be­oefend, doch ook op andere wijze werd het verenigingsleven bevor­derd. Op de jaarlijkse oprichtings­feesten werden niet alleen turnde­monstraties gegeven, ook werd bijna steeds een toneelstukje opgevoerd en wel onder leiding van de actieve voor­zitter Franz Kröll, die zich als regis­seur produceerde.

Het jaarlijkse familiefeest op Paas­maandag, dat inmiddels een traditie was geworden, is ook in deze jaren ontstaan en velen zullen zich deze gezellige avonden blijven herinneren. Ook de tombola stond toen reeds tel­kens op het programma en het is zelfs voorgekomen, dat die op de aanplak­biljetten stond aangekondigd met als eerste prijs "Ein lebendes Kalb".

De voetbalafdeling ging in de jaren 1924 tot 1926

Voetbal elftal 1925

haar grootste tijd tege­moet.

In 1925 werd het kampioenschap van de 3e klasse N.V.B. behaald en de promotie naar de 2e klasse bereikt, waarin werd uitgekomen tegen ver­enigingen van naam als: Juliana, Sparta Bleyerheide, Rhenania (nu Limburgia) en M.Z.M.

Omdat de spelers, die deze prachtige resultaten bereikten een hechte vrien­denclub vormden, welker vriendschap zich tot nu heeft gehandhaafd, on­danks het feit. dat zij over geheel Z. Limburg verspreid wonen, mogen hier hun namen wel vermeld worden:

P. Otten, Nic. Juchem, Bern. Reinders, Gill. Born, Jak. Hellebrand, Mart. Schoonbrood, A. Pelzer, Joh. Pelzer, J. Sträter, Jac. Sluismans, Alph. Vlie­gen, ten Berk te Boer, A. van Wersch, O. Vaassen, P. Lux.

Vele van deze mannen zijn niet meer onder de levenden, waaronder Bern. Reinders. Zeer node werd hij in de vereniging gemist, was hij toch jaren­lang voorzitter van de voetbalaf­deling, door allen evenzeer bemind.

Waren er vanaf de oprichting van de vereniging steeds moeilijkheden, voor wat betreft een geschikt oefenlokaal, vanaf 1919 kwamen hier nog de zor­gen bij voor een sportveld. Telkens weer zijn in de loop der jaren door V.T.V. pogingen gedaan om een turn­hal te krijgen en later zijn ook her­haaldelijk stappen ondernomen om van gemeentewege een sportveld ter beschikking te krijgen.

Dat men in beide opzichten in de laat­ste jaren het gestelde doel heeft be­reikt, is voor een groot gedeelte te danken aan de vasthoudendheid van de bestuurders van V.T.V. Een woord van dank is hier echter op zijn plaats voor ons gemeentebestuur, dat de noodzaak van een gezonde sportbe­oefening heeft ingezien en in alle op­zichten heeft meegewerkt om zowel gemeentelijke turnhal als het prach­tige sportveld tot stand te brengen. Zodra de turnhal een kleine uitbrei­ding zal hebben ondergaan, die de nu te kleine oefenruimte zal brengen op iets meer dan het gebruikelijke mini­mum, zullen al onze wensen vervuld zijn. Aldus werd in die tijd gesproken. In 1925 waren er voor de zoveelste maal moeilijkheden met de eigenaar van het toen gebruikte voetbalveld op Colmont, dat men de knoop ineens maar doorhakte en overging tot aan­koop van een weiland eveneens op Colmont gelegen, echter vlak bij de grens. De benodigde gelden werden bijeengebracht door uitgifte van obligatiën, terwijl een gedeelte van de koopsom als hypotheek werd opge­nomen. Jammer genoeg waren de volgende jaren voor V.T.V. financieel minder rooskleurig, zodat men in 1932 moest toezien, dat het terrein door de hypotheekhouder werd verkocht. Men verhuisde toen naar de Tentstraat om later na afkeuring van dit terrein, Colmont samen met Wit-Groen te gaan delen. In 1947 werd het terrein in de Beemden gehuurd, totdat men toen eindelijk de beschikking kreeg over het gemeentelijk Sportpark.

Het 20-jarig bestaan van V.T.V. werd in 1925 gevierd met een voetbaltoernooi waaraan deelnamen: Juliana I, Bleyerheide I, Sportklub 1910, Aken en V.T.V. I; het toernooi werd gewonnen door Juliana.

Ook werd in hetzelfde jaar, en nu op het eigen terrein een gymnastiekfeest georganiseerd, waaraan door 18 ver­enigingen werd deelgenomen.

Het door de voetballers bereikte 2e klasserschap kwam reeds spoedig in gevaar, omdat in de loop van het eerste seizoen in deze klas niet min­der dan 7 spelers naar elders verhuis­den en het was dan ook niet te ver­wonderen, dat in 1928 na een zware degradatiecompetitie, degradatie naar de 3e klasse moest volgen.

In 1929 werd door de algemene ver­gadering besloten lid te worden van de R.K. Gymn. en Athletiekbond en van de R.K. Voetbalfederatie. Als winst boekte men in de eerste plaats het feit, dat men nu weer kon be­schikken over de turnhal van de R.K. Jongensschool in de Lindenstraat.

Het zilveren jubileum werd in 1930gevierd met een feest, waaraan door alle Vaalser verenigingen werd deel­genomen. Ook werd een wedstrijd ge­speeld tussen het veteranen-elftal van 1925 en het le elftal dat uitkwam in de 2e klasse I.V.C.B.

Aan een bondsfeest van de R.K. Bond werd voor het eerst deelgenomen in 1931 en wel te Sittard. Er werden prij­zen behaald zowel in de groep Sectieturnen heren als ook door de jeugd­turners.

In de dertiger jaren zijn niet veel bij­zondere feiten te registreren.

In de turnafdeling werd hard gewerkt aan de jeugd en er begon zich toen al een geoefendheid van diverse jonge turners te tonen, waarvan de vruch­ten eigenlijk eerst na de oorlog kon­den worden geplukt, zoals wij nog nader zullen berichten.

In de voetbal afdeling heerste ook steeds een goede geest, getuige het feit, dat V.T.V. in de 2e klasse LC.V. B. bijna steeds tot de kampioenspre­tendenten behoorde en velen zullen zich de ieder jaar weer terugkerende beslissende wedstrijden tegen Achilles Bleyerheide herinneren, welke steeds boven het normale peil uitgingen. Enkele namen van spelers uit die tijd mogen hier wel vermeld worden: C. Arets, A. Bröcheler, W. Oudelhoven, H. Arets, H. Langohr, V. Rouhl, W. Rouhl, J. van Aken, H. van Aken, H. Remarque, M. v. Gehlen, J. Labriaire, P. Straeten.

De mobilisatie in 1939 legde weer alle verenigingswerk stil en het duurde even tot men weer op gang kon ko­men. Even dreigde het gevaar, dat de turnafdeling geheel moest worden stil­gelegd toen de Kath. Bonden door de bezetter werden verboden. Met toe­stemming van het bisdom werd onze afdeling lid van het Ned. Gymnastiek Verbond (na de bezetting weer Kon. Ned. Gymnastiek Verbond) en deze door de omstandigheden afgedwongen aansluiting is een zo hechte gewor­den, dat meerdere pogingen van an­dere zijde ondernomen om deze onge­daan te maken, door de hechte tegen­stand van de turners werden afge­wezen.

Nadat eveneens door de bezetting de voetbalbonden werden verenigd in de N.V.B. (later KNVB). werd ons 1e elftal ingedeeld bij de 3e klasse en meteen zette weer een bijzondere bloeiperiode van de voetbalafdeling in. In 5 jaren van 1942 tot 1947 werd 3 maal het kampioenschap behaald, terwijl 2 maal de 2e plaats werd be­reikt. In herinnering zullen zeker blij­ven de wedstrijden tegen Palemig en R.K. T.S.V., waarover velen in de mijnstreek nog lang praatten. In deze jaren heeft V.T.V. zich in de oude mijnstreek een goede naam verwor­ven.

In het seizoen 1946-1947 werd in de afd. Maastricht van de 3e klas gespeeld en dit werd een overdon­derend succes. Het kampioenschap werd behaald met het grootste aantal doelpunten in dat jaar door enige ver­eniging in de K.N.V.B. bereikt, nl. 115 doelpunten voor in 22 wedstrijden. De promotiewedstrijden trokken grote belangstelling en de thuiswedstrijd tegen V.V.H. had 3000 bezoekers met een opbrengst van Fl. 1900,-, een aantal in Vaals tot dan nog nooit be­reikt. Het zat V.T.V. niet mee in deze promotiecompetitie, zowel op het veld als door later duidelijk bewezen ge­konkel achter de schermen.

Het elftal dat toen zo op de voorgrond trad, verdient zeker vermelding: .N. Erven, F. Kern, J. Kröll, B. Houtermans, A. Ortmans, L. v. Houttem, J.. Schiffers, L. Zeegers, M. Jacobi, Th. v. Herpen, L. v.d. Berg. Ook dit was weer een elftal van vrienden, die samen door dik en dun vochten om de overwin­ning en die evenals de reeds eerder genoemden aan de tegenwoordige jeugd tot voorbeeld mogen worden gesteld. De succesrijke jaren van de voetbalafdeling werden meteen ge­volgd door een rij van jaren, waarin onze turnafdeling grote aandacht trok, niet alleen in onze plaats en provincie maar tot ver daarbuiten.

Onze keurturners drongen door tot in de hoogste regionen en het ging niet om successen van enkelen, maar zelfs in 1947 2e dhr Wetzels, 1e dhr de la Rostte, 3e dhr Jussenploegverband kon men meedingen naar de hoogste eer op turngebied in dit land: de verenigingskampioen­schappen v, h. KNGV, waaraan in 1948 te Amsterdam en in 1949 te Enschede werd deelgenomen en wel door de volgende ploegen: te Amsterdam: J, Leunissen, J.Wessels, L. Jussen, H. de Vreede, W. de la Rosette en M. Krill; in Enschede : W. Hungs, H. de Vreede, L. Jussen, W. de la Rosette, M. Krill en A. Crutzen.

Aan persoonlijke successen moeten worden vermeld:

W. de la Rosette

      Jeugdkampioen L.T.K. 1947

      Zuid-Nederl. Jeugdkampioen 1949

      Nederlands Jeugdkampioen 1949

      L. Jussen

      Jeugdkampioen L.T.K. 1948

      Kampioen L.T.K. B-klasse 1949

      Zuid-Ned. Jeugdkampioen 1950

H. de Vreede

      Kampioen L.T.K. B-klasse 19481948 H. de Vrede, W. de la Rosette, F. Crutzen

A. Crützen

      Kampioen L.T.K. B-klasse 1949

W. de Vreede

      Kampioen L.T.K. B-klasse 1953

 

Maar bijzondere eer behaalden de turners M. Krill en F. Crützen, die beiden werden gekozen in de Natio­nale Keurploeg. M. Krill mocht gedu­rende lange tijd deelnemen aan de gezamenlijke training van de Natio­nale Keurploeg en nam deel aan diverse landenwedstrijden.

Tot de Limburgse Keurploeg behoor­den meermalen de volgende turners: M. Krill, F. Crützen, A. Crützen, W. de la Rosette. L. Jussen, H. de Vreede en W. de Vreede.

Aan de groots opgezette bondsfeesten van het K.N.G.V., die om de 4 jaren werden gehouden, werd deelgenomen in 1948 en 1952 en telkens met groot succes. De herenafdeling wist beide malen een 1e prijs in de driekamp te behalen.

Niet onvermeld moeten blijven de sportuitwisseling met de verenigingen Sparta Driebergen en Simson Amster­dam, met welke verenigingen uit- en thuiswedstrijden werden georgani­seerd, waarbij vriendschappen werden gesloten, die jaren aanduurden.

Inmiddels is de turn afdeling sedert de oorlogsjaren een damesafdeling rijker geworden, welke met stijgend succes aan menige turnwedstrijd heeft deel­genomen en in de loop van haar be­staan vermeldenswaardige successen heeft behaald.

Terwijl men in heel Nederland vurig hoopte op het einde van de tweede wereldoorlog, werd in mei 1944, dankzij het initiatief van een groepje Vaalsenaren, een plaatselijke tafel­tennisclub opgericht, die enkele maan­den later als afdeling werd opgeno­men bij de Sportvereniging V.T.V.

Toen een jaar later door de pas opge­richte Nederlandse Tafeltennisbond de eerste competitie werd georgani­seerd, bleek dat men bij V.T.V. intus­sen niet had stilgezeten. Het team be­staande uit de spelers Kayser, Kremer en Klein, bij velen beter bekend als "K- Trio", behaalde al meteen het kam­pioenschap in de eerste klasse van de afdeling Limburg, hetgeen tevens pro­motie naar de landelijke overgangs­klasse inhield. Helaas werd het team echter door militaire dienst van één der spelers ernstig verzwakt, zodat men er niet in slaagde zich in deze klasse te handhaven.

Teruggekeerd in de eerste klas werd echter door hard werken het verloren terrein weer spoedig heroverd.

Intussen was de spelerstop beduidend breder geworden, doordat jonge ta­lenten zich optrokken aan de pres­taties van het eerste team. Daarnaast zorgde ook de damesafdeling voor uitstekende resultaten.

In 1954 werd het 10-jarig bestaan ge­vierd. In dat jaar bereikt de afdeling tevens haar hoogtepunt. Het eerste damesteam, intussen onverslaanbaar geworden, werd opnieuw kampioen van Limburg, terwijl het eerste heren­team na ettelijke jaren in de over­gangsklas gespeeld te hebben, er in slaagde een plaats in Nederlands hoogste tafeltennisklas (destijds nog hoofdklas genoemd) te veroveren.

De volgende competitie gaf uiteraard een aantal spectaculaire wedstrijden te zien en iedere rechtgeaarde Vaal­senaar volgde met belangstelling de verrichtingen van het V.T.V.-team.

Natuurlijk was het voor het eerste drietal moeilijk zich temidden van de vaderlandse tafeltennisélite te hand­haven, maar onder het motto "to be or not to be" vochten de spelers om elk punt, hetgeen vaak tot enorme verrassingen leidde. Zo herinneren wij ons bijv. de zege van Biermans op Schoofs, nauwelijks één week na­dat laatstgenoemde het nationale kam­pioenschap op zijn naam had ge­schreven.

Ook de individuele successen in toernooien liegen er niet om. Bij de dames werd mej. Ermers kampioene van Lim­burg, mej. Büchels kampioene van de mijnstreek en Maastricht, en mej. Ur­lings kampioene van Limburg, de Mijnstreek, Weert en Heerlen. Bij de heren was het H. Kremer, die alle voornoemde toernooien minstens een keer wist te winnen. Deze zeer be­gaafde speler werd in 1955 zelfs aan­gewezen om deel te nemen aan de in Utrecht gehouden wereldkampioen­schappen.

Verder werden de dames Urlings en Büchels herhaaldelijk geselecteerd voor het Limburgse team en speelden o.a. mee in de wedstrijd Ned. Limburg - Belg. Limburg. Bij de heren maakte H. Kremer deel uit van het Limburgs team in wedstrijden tegen Belg. Lim­burg, Rijnland en den Haag, terwijl Broers meespeelde in de semi-inter­land Zuid Nederland - Luxemburg.

Al deze prachtige resultaten werden echter een twintigtal jaren geleden behaald en sindsdien is het, evenals bij vele andere tafeltennisverenigingen langzaam maar zeker bergafwaarts gegaan. De damesafdeling verdween en het eerste herenteam kon zich na enkele jaren noch in de hoofdklas noch in de overgangsklas handhaven. Voor een groot deel was dit te wijten aan het gemis van een behoorlijk lo­kaal. Er bestond niet voldoende trai­ningsmogelijkheid en in 1959 kon zelfs niet aan de competitie worden deelge­nomen wegens gebrek aan speelruim­te. Desondanks bleef de afdeling be­staan en werd in 1964 op bescheiden wijze het vierde lustrum gevierd. De feestvreugde werd nog vergroot, door­dat het eerste team er in slaagde om het kampioenschap in de tweede klas te behalen en daardoor promoveerde naar de eerste klas, waarin men zich dankzij een vaste kern van oudere spelers tot in 1973 wist te handhaven. Op 26 september 1970 vierde de af­deling in samenwerking met de gym­nastiekafdeling het 25-jarig bestaans­feest. Tijdens de feestavond, waarvoor ook alle oud-leden waren uitgenodigd, vond de huldiging plaats van de mede­oprichters F. Kayser en H. Kremer, die tevens deel uitmaakten van het team, dat in 1945 voor het eerst aan de competitie deelnam.

In 1974 bereikten de toenmalige drie spelers van het eerste team samen de leeftijd van 100 jaar en zij besloten bij die gelegenheid hun actieve loop­baan te beëindigen Toen echter bleek dat de vacant geworden plaatsen niet met evenredige spelers opgevuld konden worden.

Noodgedwongen moest de afdeling, na bijna 30 jaar steeds tot de top ofsubtop van het Limburgse tafeltennis te hebben behoord, voortaan genoegen nemen met een bescheiden rol in de vierde klas. De hoop, dat uit jeugd­teams snel jong talent zou doorstoten ging niet in vervulling. Integendeel, het verval zette zich steeds verder voort en tenslotte kon men zelfs niet meer over voldoende spelers beschik­ken om nog verder in competitiever­band uit te komen.

Normaliter betekent een dergelijke ontwikkeling het einde van een ver­eniging. Dit was echter niet van toe­passing voor V.T.V. Hoofd- en afde­lingsbestuurders bleken n.l. niet bereid om een van 's lands oudste tafelten­nisverenigingen te ontbinden, in de hoop op betere tijden.

Dank zij het initiatief van een groep trimmers was de afdeling zonder feite­lijke leden zelfs in staat om tenminste een avond per week over de gehuurde zaal te kunnen blijven beschikken.

Welnu, de ommekeer schijnt dan nu eindelijk weer te zijn gekomen.

In het afgelopen jaar groeide het aan­tal "echte" leden dusdanig, dat er zelfs twee nieuwe tafels moesten worden aangeschaft. Bovendien werd decom­petitieactiviteit met 2 jeugdteams weer hervat.

Al met al dus redenen genoeg om de toekomst van de afdeling tafeltennis weer gematigd optimistisch tegemoet te zien.

Terug naar de beide andere afde­lingen.

5 Juni 1955 werd ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van V.T.V. het Kringfeest van de Limburgse Turn­ Kring met deelname van Duitse en Belgische turnverenigingen gehouden. Dit gaf aan het geheel een internatio­naal tintje.

Free Joomla templates by L.THEME